Handleiding voor een goede buurt: 15 tips

TIPS Wat kun je zelf doen om de relatie met je buren goed te houden en de sfeer in je buurt te verbeteren? En welke projecten die het Oranje Fonds steunt kunnen je inspireren? Vijftien tips.

1. Zoek een gemeenschappelijk doel

Wat waren de inwoners van het Noord-Hollandse Oudkarspel verdrietig vanwege de sloopplannen van het schoolgebouw uit 1883 dat in het dorp stond. Ze collecteerden in korte tijd 75.000 euro bij elkaar, kochten het gebouw voor een symbolische euro van de gemeente en maakten er een multifunctioneel dorpscentrum van. Anne Maljers, hoofd projectadvies bij het Oranje Fonds (voor sociale initiatieven in buurten) vindt dit een mooi voorbeeld van hoe een lokale gemeenschap op kan komen voor een gemeenschappelijk belang. Aan de andere kant van het koninkrijk, op Curaçao, vindt ze een ander toonbeeld. ,,De kust wordt daar volgebouwd door projectontwikkelaars. Bewoners van de wijk Mari Pumpun dreigden zelf geen stukje strand meer over te houden en kwamen met succes daartegen in verweer.

 

2. Doe niet moeilijk over het aannemen van pakketjes voor de buren
Kleine moeite, groot plezier.

3. Kijk om naar de ouderen in de buurt
Ze zijn met steeds meer, ze worden steeds ouder en blijven ook nog eens langer dan ooit in hun eigen huis wonen. In kleine dorpen, zoals Luttelgeest in de Noordoostpolder, zien de oudere bewoners veel jonge dorpsgenoten en tal van voorzieningen ook nog eens wegtrekken, terwijl ze zelf niets liever willen dan ‘op het dorp’ blijven wonen. De vereniging Dorpsbelang Luttelgeest wil dat met de bewoners bereiken. Zo gaan Vrijwilligers bij hen langs om te helpen met het aantrekken van steunkousen, of het langsbrengen van maaltijden. Informele zorg, die een verhuizing naar een andere woonplaats aan het einde van een lang en welbesteed leven kan voorkomen. Ook worden ze door jongere dorpsgenoten wegwijs gemaakt op een ‘digitaal portaal’, waarop ze bijvoorbeeld contact kunnen hebben met een huisarts of andere zorgverlener.

4. Verdiep je voordat je beslist om te verhuizen in de omgangsvormen in je nieuwe buurt

5. Een feestje? Nodig de buren ook uit

Zo maak je kennis met elkaar en voorkom je overlast.

6. Doe iets moois met een lelijke plek
In vrijwel iedere buurt, hoe mooi ook, zijn plekken met mindere allure te vinden. Neem de wijk Delfshaven in Rotterdam, de Keileweg om precies te zijn. Niet eens zo heel lang geleden tippelden daar prostituees die verslaafd waren aan heroïne, met alle overlast van dien. Nu worden op nagenoeg dezelfde plek duurzame (onbespoten, zonder kunstmest) seizoensgroenten geteeld voor de Voedselbank, veelal door mensen die niet op de normale arbeidsmarkt mee kunnen doen. Denk aan langdurig werklozen, denk aan Syrische oorlogsvluchtelingen. Voor hen is het werken in de tuin een dagbesteding. Daarbij fungeert De Voedseltuin ook nog eens als park in een stadsdeel dat een moeilijk verleden kent en niet overloopt van de natuur in de buurt.

7. Een tegelwijsheid om te onthouden: erger je niet, verwonder je slechts
8. Wees praktisch

In het oudste buurthuis van Nederland, De Mussen in de Haagse Schilderswijk, leiden medewerkers van de Delftse Stichting VAKschool Pedagogisch Werk allochtone bewoonsters op tot pedagogisch werker. In de wijk zelf dus, wel zo makkelijk voor de vrouwen, die vaak op jonge leeftijd al kinderen hebben gekregen. Tijdens de uren dat zij blokken is kinderopvang aanwezig in het buurthuis. Voor de vrouwen verlaagt dat de drempel om een opleiding te volgen.

9. Kopieer niet, zoek iets unieks

Het Oranje Fonds – in 2002 het cadeau van de Nederlandse bevolking aan het koninklijke bruidspaar Willem-Alexander en Máxima, subsidieert sociale initiatieven in buurten. Een flink deel van de 31 miljoen euro die het fonds in 2015 aan ondersteuning bood ging op aan Burendag en NLdoet (8000 toekenningen), maar ook aan 1307 algemene aanvragen. ,,Waar we bij die toekenningen vooral op letten is of de initiatieven echt vanuit de mensen zelf komen en of ze goed passen bij de buurt waar ze in leven,” zegt hoofd projectadvies Anne Maljers. ,,Het heeft meestal niet veel zin om een evenement uit een andere buurt rechtstreeks te kopiëren naar je eigen woonomgeving. Elke wijk heeft zijn eigen omstandigheden, vragen en wensen.”

10. Groen verbindt

Als er iets is dat voor gelazer tussen buren kan zorgen, is het wel groen: overhangende takken, struiken die al dan niet over de erfgrens groeien. Maar bij veel projecten die de mensen van het Oranje Fonds langs zien komen is groen juist de bindende factor. Geef buurtbewoners een gezamenlijke tuin en er wordt volop gezaaid, gesnoeid, gemaaid en geoogst. Een fraai voorbeeld is de tuin van De Vogellanden in Zwolle, een revalidatiekliniek. Buurtbewoners en cliënten zorgen samen voor de tuin, waar ook beweegtoestellen een plek hebben. Voor de revalidanten is dat een fijne manier om andere mensen weer onder ogen te komen, vaak voor de eerste keer nadat ze een fysieke beperking op hebben gelopen. De buurtbewoners van het centrum hebben er een mooi stuk groen bij.

11. Geluidsoverlast is de grootste bron van burenruzies
Tip: bevestig de geluidsboxen niet direct aan de muur.

12. Doe mee met Burendag
Het is net achter de rug, maar op zaterdag 23 september 2017 is de volgende kans: doe iets leuks met de buurt op Burendag. Dit jaar waren er 4658 verschillende activiteiten, door het hele land.

13. Eten doen we allemaal
Met echte boter krijg je ze weer aan tafel, was ooit een succesvolle reclameslogan. En er zijn meer spijzen die als smeermiddel tussen buren kunnen dienen. Koken en eten blijken vaak goede motieven om bij elkaar te komen. Dat weten ze ook de vrijwilligers van Stichting Tandem in Nijmegen, die voor drie wijken letterlijk de hele voedselketen verzorgen. Van het bouwen van bakken waar in de moestuin voedsel in verbouwd kan worden, tot een bezorgservice aan huis voor wie dat nodig heeft en alles er tussen in. Tussen de 50 en 100 mensen in het Willemskwartier, Muntkwartier en Hazenkamp krijgen op deze manier regelmatig een maaltijd.

14. Geef elkaar zo veel mogelijk ruimte
Letterlijk en figuurlijk. Het is niet erg om verschillend te zijn.

15. Droom samen
Het is niet de allerbeste wijk van Helmond, de Leonardusbuurt. Een achterstandswijk, waarin de bewoners weinig contact met elkaar hadden. Stichting Schip en welzijnsorganisatie LEV groep gingen met drie groepen bewoners aan de slag, om achter hun dromen te komen en deze wensen ook te verwezenlijken: m-kids, kinderen die in het jaar 2000 geboren zijn en nu op de leeftijd zijn waarop ze gezinnen in beweging kunnen krijgen. Alleenstaanden, juist omdat zij behoefte hebben aan ontmoetingen. En ouders die er alleen voor staan, voornamelijk moeders. Die groep is oververtegenwoordigd in de Leonardusbuurt. Onder leiding van vrijwilligers benoemen de mensen uit deze groepen eerst hun persoonlijke dromen en die voor de buurt. Vervolgens gaan ze die proberen te verwezenlijken. Zo wordt niet alleen hun persoonlijke betrokkenheid bij de wijk groter, maar daardoor ook de leefbaarheid.

Uit: Algemeen Dagblad van 8 oktober 2016

« « | » »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *